| In 1983 besloten we in Limburg, waar we toen woonden, op straat te gaan
staan. Met een orgel en 2 zangeressen, waaronder mijn vrouw Marian. We zongen
Johan de Heer liederen en dat vonden de mensen op straat best vreemd. Maar
het duurde niet lang of we stonden op bijna alle markten en braderieën,
in een wijde omgeving van Roermond. In zomer en winter. Bij kou en hitte.
Dat begon op te vallen en het duurde dan ook niet lang voordat een Limburgs
dagblad er een paginagroot artikel over schreef. Onder de kop ‘zakenman
trekt in zijn vrije tijd als evangelist de boer op’. Ook toevallige
voorbijgangers werden getroffen door de eenvoudige manier waarop wij evangeliseerden.
Via hen kwamen we ook in België en Engeland terecht.
Toen we verhuisden van Limburg naar de Zaanstreek gingen we al gauw naar
Polen, achter het ‘ijzeren gordijn’. Daar
brachten we, met een vertaalster, in het Duits het evangelie. Gewoon,
over zonde, het kruis en eeuwig leven. De eerste keer stonden we op een
zondagavond in een park in Katowich. Er zaten veel mensen in het gras.
Midden in de evangelisatieboodschap kwam een helper van ons naar mij toe.
Hij wees mij erop dat veel mensen in het park zaten te huilen. Hij vroeg
mij of ik al eens mensen op straat tot de Here God had geleid. Dat had
ik niet. Op zijn verzoek nodigde ik de bezoekers van het park uit een
radicale keuze maken. En als ze hun leven aan de Here Jezus wilden geven,
of ze dan naar voren wilden komen voor gebed. Toen kwamen er zo’n
70 mensen naar voren: moeders met kinderen op de arm, een zakenman met
zijn koffer, alleenstaanden en echtparen. Die kwamen zo radicaal naar
voren dat ik dacht dat het gemeenteleden waren van de plaatselijke kerk,
die een soort ‘voortrekkers’ functie hadden. Maar een blik
op de aanwezige voorganger maakte mij duidelijk dat hij stom verbaasd
was. Hij zei tegen mij dat hij deze mensen nog nooit had gezien. Het drong
toen tot ons door dat de Here God kennelijk iets bijzonders had gedaan.
En vreugde vervulde ons hart dat de Here God zulke grote wonderen deed.
Toen gaf de Here God ons de vrijmoedigheid om zo door te gaan. Met dezelfde
manier van optreden en dezelfde uitnodiging. En overal kwam hetzelfde
effect. We
kwamen in een alcoholistencentrum, waar bijna iedereen de Here Jezus aannam.
Mensen lieten spontaan de drank staan, huwelijken herstelden en zieken
genazen. In een kathedraal in Warschau kwamen ongeveer 1.200 mensen tot
geloof. En iedere keer als we het zagen gebeuren waren we verbijsterd,
want we deden niets bijzonders. Zo zijn we heel Polen enkele malen doorgetrokken.
Zonder angst voor de geheime politie. God gaf ons de vrijmoedigheid om
zijn Woord te brengen. We zouden boeken kunnen vullen met alle grote dingen
die we hebben meegemaakt in Polen.
Eind 1989 werden we gevraagd naar Roemenië te gaan om artsen en
verpleegsters te brengen. Dat hebben we gedaan. Begin 1990 ontmoeten we
toen alle voorgangers van de stad Targu Mures, midden in Roemenië.
We kwamen met hen overeen om in een groot gedeelte van Roemenië,
in Transylvanië, het evangelie te brengen in cultuurhuizen, kerken
en sportzalen. Andras Vass, onze dierbare vriend voor het leven, zou ons
vertalen vanuit het Engels naar het Roemeens en Hongaars. Dat
laatste is nodig omdat Roemenië 2-talig is. De eerste reis vond plaats
in de krokusvakantie van 1990. Met steeds weer hetzelfde effect als in
Polen. Weer deden we niets bijzonders. God gaf zijn genade. De velden
waren wit om te oogsten. Met Pasen volgde een nieuwe evangelisatiereis
door Roemenië. Daarna kwam de zomervakantie, waar we 5 weken hebben
rondgetrokken. Steeds weer met diezelfde boodschap van het eenvoudige
evangelie van Jezus Christus. Soms kwamen er per keer ‘maar’
10 mensen tot geloof; soms ook 1.000 of meer.
Nee, we deden niets bijzonders, maar we moesten wel aanwezig zijn. Of
we ons nu goed of slecht voelden. Of we smakelijk gegeten hadden of last
hadden van buikloop. Naar de omgevingstemperatuur hoefden we niet te vragen,
want dat kon variëren van -20 graden tot +38 graden Celsius. En dan
is er nog de afstand. Iedere keer reed je, alleen heen en terug, al zo’n
4.000 km naar Roemenië. Om nog maar niet te praten over de slechte
kwaliteit van de wegen in Roemenië zelf. Maar toch vind ik dat allemaal
niet bijzonder. De Here God alleen deed de wonderen en Hem komt alle eer
toe. Wat Hij deed dat was bijzonder!
|